DE ZINTUIGENTUIN (1-1-2019).

We willen voor onze cliënten, maar ook voor onze bezoekers (de pluktuin/boomgaard van 5 ha. is beperkt voor publiek toegankelijk) een zintuigentuin aanleggen. Hiervoor werken we samen met het onderwijs en de vrijwilligers uit de nabije omgeving. Op deze manier wordt dit een echt buurtproject.  De zintuigentuin bestaat uit een aantal segmenten (een zintuig staat per onderdeel centraal), die met elkaar verbonden worden door blote voetenpaden (op een basis van modder, gladde stenen, water, beloopbare tijm/kamille en andere kruiden, etc.). Het idee hierachter is dat je, door te reflecteren op je eigen gevoelens, meer in staat zult zijn optimaal te reageren op een ander.

We zien dat eigenlijk alle kinderen die een zintuig moeten missen goed gebruik kunnen maken van dit concept: ze kunnen excelleren bij de andere zintuigen en er in de breedste zin v.h. woord hun voordeel mee doen; zo kunnen ze bijv. aan hun familie inzichtelijk maken hoe het is om een zintuig te moeten missen. Denk aan het dragen van latex handschoenen bij het onderdeel ’tast’ of een blinddoek bij visueel. Juist door het betreffende zintuig uit te schakelen wordt men zich bewust van de relevantie daarvan. We zullen deze doelgroepen in de regio Rijnmond/Hoeksche Waard/Drechtsteden benaderen; auditief en dus visueel beperkten, maar ook kinderen met al dan niet aangeboren hersenletsel, kinderen die geen pijngrens ervaren, kinderen met trauma, etc. De Z.T.T. wordt a.h.w. een therapeutische buitenruimte. Deze is te boeken buiten de openingstijden van de pluktuin (dan is de Z.T.T. immers voor al het bezoekend publiek toegankelijk). De tuin kan maximaal 36 uur per week door doelgroepen (incl. onze eigen cliënten) gebruikt worden.

De zintuigentuin die onderdeel zal gaan uitmaken van een voedselbos, bestaat uit een aantal segmenten (een zintuig staat per onderdeel centraal), die met elkaar verbonden worden door blote voetenpaden (op een basis van modder, gladde stenen, water, beloopbare tijm/kamille en andere kruiden, etc.). Het idee hierachter is dat je, door te reflecteren op je eigen bewustwording van je lijf (introspectie), meer in staat zult zijn optimaal te reageren op een ander. Dit komt de onderlinge verbinding ten goede.

"De kiem van het mens-zijn

ligt in het kind mogen en kunnen zijn".

"Spel is de koninklijke weg naar zelfkennis, zelfvertrouwen en vertrouwen in een ander en de wereld om je heen. In die zintuigentuin willen we activiteiten ontwikkelen voor kinderen die gericht zijn op hun zelfbewustzijn. Meer bewegen, waarbij spel en oefening in een duidelijk pedagogisch concept worden gevat, komt ten goede aan de totale cognitieve en sociale ontwikkeling van het kind. Met de zintuigentuin wordt een belangrijke stap gezet om het kind in zijn meest elementaire behoeftes bij te staan; het ontwikkelen van zelfkennis en zelfvertrouwen om te kunnen spelen, te leren, en met anderen buiten samen te zijn". (Ykema, 2018)

"Het blijkt dat cliënten die affiniteit hebben met natuurbehandeling vaak al een persoonlijk moment kunnen noemen waarin ze de helende kracht van de natuur hebben ervaren. Sommige cliënten tonen onvrede met conventionele therapie. Ze vinden een ontmoeting in een reguliere behandelsetting te formeel, voelen zich angstig, voelen een spanning of druk ten opzichte van de face-to-face interactie of voelen zich gevangen in de binnenomgeving. De binnenruimte van een behandelsetting wordt ook wel saai genoemd en men mist een bepaald gevoel van levendigheid. Voor die cliënten (en hun therapeuten) kan het inzetten van natuur interessant zijn. De natuurlijke omgeving kan soms ook beter passen bij de ontwikkellingsfase van de cliënt. Voor kinderen kan de natuur bijvoorbeeld een minder veeleisende omgeving bieden die de druk verlaagt om verbaal te presteren. Er is meer ruimte voor vrij spel, fysieke inspanning en creativiteit". (Maas et al., 2021)

 

 

 

 

 

Hoe?

Als we de de financiering rondkrijgen zal het geld ingezet worden voor het realiseren van de Z.T.T.-ruimtes, en de padenstructuur en de ruimte daartussen. We zijn ons ervan bewust dat bepaalde indrukken voor een kind best impact kunnen hebben, daarom willen we tussen de verschillende Z.T.T.-ruimtes een rustplek creëren (voor cognitief en emotioneel herstel). Denk aan een plek met boomstammetjes om op te zitten, met in het midden bijv. een ‘troon’(voorlezen). Een plekje met een paar zitzakken, of mooie (ophang) schommelstoelen. Een grote oude leren bank waar je lekker samen op kunt zitten, of een stiltehuisje, ssssst. Verder willen we dat de alle ruimtes benaderbaar zijn als door een ‘sleutelgat’, je ziet van een afstand niet wat er in de ruimte gebeurt (om een veilige en afgeschermde setting te bewerkstelligen). We zullen ruim en groenblijvend in de tussenruimtes beplanten zodat intimiteit gedurende alle seizoenen gewaarborgd zal zijn. De zintuigentuin krijgt een prominente, vaste plek op ons perceel; we hebben inmiddels een ruimte van 32x135 meter beschikbaar (klopt niet met de tekening). We denken aan het toelaten van een beperkt aantal bezoekers per keer zodat ze elkaar zo weinig mogelijk ontmoeten (looprichting) en ten volle op de waarneming en elkaar gefocust kunnen zijn. De ruimtes zullen niet altijd hetzelfde zijn; elk seizoen brengt eigen ervaringen met zich mee, (denk aan een heel dun laagje ijs op een waterplas; daar moet je toch op stappen!) Het programma zal het jaarrond kunnen draaien.

 

. Als kinderen met een grote bewegingsbehoefte (bijv. omdat ze net een tijd in de auto hebben moeten zitten), eerst dit pad lopen/rennen, zullen ze daarna gefocust zijn om goed waar te nemen in de Z.T.T. Het ‘beleefpad’ wordt rondom het hele perceel (5ha) aangelegd om tegemoet te komen aan de behoefte om te bewegen/geluid te maken. Het is een pad met allerlei uitdagende natuur-activiteiten (stapstenen, een wild bos, een evenwichtsbalk over water, dieren die er wonen, een schreeuwgrot, bouw een brug om aan de overkant te komen, etc) Zie https://youtu.be/JvEMr9ZQ8xw voor een indruk.

De Zintuigentuin (Z.T.T.)

Een zintuig of organum sensus is een gespecialiseerd orgaan dat een organisme in staat stelt bepaalde, voor het zintuig specifieke, stimuli (prikkels) waar te nemen. Ieder afzonderlijk zintuig geeft mens en dier toegang tot een bepaald deel van de fysische werkelijkheid. De zintuigen vormen een belangrijk studieobject van de neurowetenschap en de cognitieve psychologie.

We zullen niet voor elk zintuig een ruimte maken, simpelweg omdat de verschillende zintuigen nu eenmaal met elkaar verweven zijn als het gaat om waarneming. Vergelijk reminiscentie: een gedachte aan een verschijnsel uit het verleden, dat overeenkomst vertoont met een huidige waarneming". Het is een aspect van het menselijk geheugen en herinnering.

Als je bijvoorbeeld een oude vakantiehit hoort (huidige waarneming) is de kans groot dat je meteen beelden voor je ziet van de locatie waar je dezelfde muziek (verschijnsel uit het verleden) in die betreffende vakantie zo vaak hebt gehoord. Tevens komen er dan herinneringen aan die vakantie naar boven. Dit verschijnsel kan zich ook voordoen bij het ruiken van een bepaalde geur of het zien van een voorwerp, foto enz.

De volgende zintuigen brengen we bij de andere zintuigen onder:

1: Thermoceptie of temperatuurzin is het vermogen van een organisme om temperaturen rond zijn normale lichaamstemperatuur waar te nemen. Het woord thermoceptie is afgeleid van het Griekse woord thermos (warm) en de Latijnse uitgang -cipere (nemen). Waarnemen met dit zintuig heet warmte of kou voelen.

2: Interoceptie is het vermogen van een organisme om prikkels van binnenuit het eigen lichaam waar te nemen. Veelal betreft dit het detecteren van tekorten en overschotten aan opneembare en uitstootbare stoffen. Het interoceptieve zintuigstelsel is diffuus verdeeld over diverse ingewanden. Waarnemen met dit zintuig kent bewoordingen die samenhangen met het type stof dat aangevuld ofuitgestoten dient te worden. Bijvoorbeeld ademhalen en zich dorstig voelen. We willen laten benoemen welke sensaties er in het lichaam waargenomen worden; bewustwording.

3: Nociceptie of pijnzin is het vermogen van een organisme om weefselbeschadiging of dreigende weefselbeschadiging waar te nemen. Het woord nociceptie komt van het latijnse woord nocere (schaden, kwetsen). Waarnemen met dit zintuig heet pijn voelen. Dit brengen we onder bij de ruimte van ‘tast’.

Hieronder noemen we bij elk zintuig enkele voorbeelden van activiteiten die er per ruimte te verzinnen zijn. Het is slechts een summiere aanduiding, de mogelijkheden zijn talrijk en variabel. Een tuin is dynamisch en zal zich ontwikkelen naarmate we ermee aan de slag zijn. E.e.a. is afhankelijk van de natuur, maar ook van de doelgroepen die er gebruik van gaan maken.

De 7 ruimtes in de Zintuigentuin (Z.T.T.):

1: Zien is het zintuiglijk waarnemen van beelden, oftewel visuele waarneming. Naast de directe waarneming van beelden uit de fysieke werkelijkheid met het gezichtsvermogen, kan zien ook duiden op het indirect waarnemen van mentale beelden: denken of dromen.

-Uitsluiting; de blinddoek. Bijv.: Stop een takje precies in een gaatje. Doe dat nu eens met de ogen dicht. Of: sta op een been. Daarna met de ogen dicht. Door het zintuig uit te sluiten wordt men zich bewust van de relevantie.

Beplanting:

-Twee op elkaar lijkende planten met een andere functie of uitwerking (vergelijk dovenetel en brandnetel), of onkruid dat altijd precies naast de plant groeit waar het op lijkt. Of juist totaal niet op elkaar lijkende planten: kardoen of artisjok of een enorme zonnebloem kan reuze imposant zijn, afgezet tegen een kleine en tere plant als een orchidee of een vergeet-mij-nietje bijvoorbeeld. Visueel is ook werken met kleur. Of een contrast in vorm: omdat de temperatuur stijgt, zou je aan exotische planten kunnen denken. Dat zijn meestal echte blikvangers, zoals de ‘vuurpijl’ (kniphofia).

-Kijk naar de details (loepjes).Verwondering.

-In de natuur vind je camouflage; waarom is dat en hoe doen ze dat? Bijv. een insecten-vindplaats. Wat is hun functie? Mooi toepasbaar in de verschillende seizoenen. Kijk eens in het rond. Noem 4 dingen die jou door hun kleur heel erg opvallen? Hoe komt dat? Wat zou jij aantrekken om juist NIET op te vallen? Ontdek jij misschien ook een beestje of plant die juist niet wil opvallen. Hoe doet hij dat?

-Kijk eens om je heen? Tel nu eens goed. Hoeveel verschillende kleuren tel jij? Tel ze op je vingers. Zijn er meer dan 10 kleuren? Heb jij kleding aan met dezelfde kleur als de bloemen?

-Zoek een bloem. Tel eens hoeveel blaadjes deze bloem heeft. Kun je een bloem vinden met nog meer bloemblaadjes? Zijn er ook bloemen met meerdere gekleurde blaadjes?

-Het oog gaat altijd naar bewegende dingen; je zou planten neer kunnen zetten die hun zaden wegschieten als er een insect op komt zitten, (balsemien), of planten die gaan bestuiven/uitzaaien als de wind ze beweegt (mais, paardenbloemen). Zijn er vandaag witte wolken? Waar lijken ze op? Welk beest zie jij? Welke kant gaan de wolken op? Loop nu deze richting op met je neus in de wolken.

Houd je armen recht voor je. Als er geen wolken zijn. Zie jij dan iets vliegen? Gaat het binnenkort regenen denk jij?

-Zie jij beestjes op de planten? · Kijk eens, wat zijn ze aan het doen? · Zitten ze stil? Steken ze hun tong uit, maken ze geluid? · Kun jij ze nadoen? · Zie jij beestjes onder de planten? Wat doen ze?

-Tekenen; teken een voorwerp uit de natuur op aanwijzingen van de ander (goed kijken en benoemen); welke tekening lijkt op het laatst het meest op het voorwerp?

-Zie je verschillende planten? · Welke plant is langer dan jij? · Hoeveel planten zijn korter dan jij? · Zijn er planten met steeltje zo dik als jouw vingers? · Kijk eens, waar zou jij zonder iets aan te raken je vinger tussen kunnen steken? Probeer eens. Zie je iets bewegen?

-Voorkeursoog: Zet nu twee stappen achteruit. · Wat zie je. Noem het op · Leg nu 1 hand op je rechter oog. · Wat valt je op? · Welke plant is nu dichterbij of verder weg? · Leg nu je hand alleen op je linker oog? · Gebeurt er nu het zelfde? · Kijk nu weer met twee ogen…. · Wat vind je prettiger?

-Kun jij iets vinden tussen de planten wat dezelfde vorm heeft als dit figuur? (vierkant)

-Een afdruk maken met zonnepapier (door het zonlicht verkleurt het papier heel snel), of met krijt een afdruk maken.

-Herkenningskaarten; vogels, boomschors, plantjes.

2: Gehoor is het vermogen van een organisme om geluiden waar te nemen, veelal richtingsgevoelig ten opzichte van de geluidsbron. Het is een van de zintuigen. Waarnemen met dit zintuig heet 'horen'. Het oor is het gehoorsorgaan waarin geluidsgolven worden omgezet naar actiepotentialen in de gehoorzenuwen.

-Uitsluiting: zeer goede oorkappen. Bijv.: ga in het midden staan en wijs waar je denkt dat het geluid vandaan komt. Welke geluiden hoor je nog wel en welke niet? 1 persoon doet staand zijn ogen dicht. De andere gaat ergens in de tuin een plek zoeken. Deze persoon roept “koek koek”. Kun jij aanwijzen in welke richting hij zit? Wissel nu van beurt. Met en zonder kappen.

-Luisteren: hoe klinkt een handenklap in het midden? En in de buurt van een struik? En in de buurt van de grond?

-Een ‘stilte’ plek: Wees twee minuten stil. Welke geluiden hoor je? (ruisen van bepaalde grassen en gewassen, het knisperen van de eik in de winter, een windgong. Welk geluid wekt een bepaald gevoel op? (stress bij harde geluiden). Hoor je wat de dieren zeggen? (zitzakken, een hangmat)

-Wat is je voorkeurs oor: Leg 1 hand op je rechter oor. · Wat hoor je nu? · Leg 1 hand op je linker oor. · Wat hoor je nu? · Met welk oor kun jij beter horen? · Leg nu twee handen op je oren. Wat hoor je nu? · Wat hoor je niet meer?

-Ogen dicht: Kijken met je oren. Hoor jij wat er is?

-Luister eens goed. Hoor jij de wind? Van welke kant hoor jij de wind waaien? Wat hoor je in de wind bewegen? Takken blaadjes of? Is er wel wind? Hoe kun je dat zien?

-Werkblad: Elke natuurklank heeft een bepaalde code (geheimtaal). Welk woord/zin is dit? (vergelijk morse).

-Geluiden doorgeven via een holle boomstam, of met elkaar praten door een hol gewas (de stelen van een zonnebloem), een groot blad als versterker (rabarber), waarom hebben we een oorschelp?

-Hoor-memory: kokertjes vullen met materiaal; zoek telkens twee dezelfde.

Beplanting:

-Van welke planten kun je ‘muziekinstrumenten’ maken? (Bamboe, fluitjes van trilgras, ratelgras, woodblocks, knisperend blad) Er zijn heel veel dingen die geluid kunnen maken: ritsel met je voeten door gedroogde bladeren, tik met korte takjes tegen elkaar, schud oude zaaddozen, zet dopjes op je vingers en tik ze tegen elkaar, trommel met stevige takken op een boomstam, ga met je handen langs de bruine ritselbladeren van de heg.

- Elandgeweimos; knapt onder de voeten.

3: Reukzin is het vermogen van een organisme om geuren waar te nemen. Dit wordt wel het olfactorisch vermogen genoemd. Geuren zijn waar te nemen in de lucht en in andere gassen of gasmengsels, maar eventueel ook in het water.

- Uitsluiting: Knijper op je neus. Waarom is geur belangrijk (weten of iets bedorven of giftig is). Geur is onlosmakelijk met smaak verbonden (vergelijk corona). Kun je iets proeven zonder te ruiken? Wat is het verschil? Denk aan planten die niet uitstralen waar ze naar smaken/ruiken; pindakaasboom, dropplant, colaplant, de uienboom. Onmogelijk te voorspellen zonder reuk.

-In de tuin staat een plant die ruikt naar cola. Kun jij hem vinden?  En???? Vind jij cola lekker?

-Sta eens even stil. · Haal eens diep adem door je neus. · Is de lucht warm of koud? · Voel je de lucht langs je neusvleugels naar binnen glippen?

-Zoek een mooi plekje uit in de tuin. · Doe je ogen dicht. · Wat ruik je allemaal nog meer dan planten, bomen en bloemen?

-Zoek een bloem of plant uit. · Ruik hier goed aan en zet nu 2 grote stappen vanaf je bloem en ruik nu nog eens · Ruik je de bloem nog steeds? · Hoeveel stappen ver ruik jij de bloemen nog?

Beplanting:

-Als je een plant ziet heb je een bepaalde verwachting van geur. Soms is dat zo (specifiek op geur geselecteerde roze roos), soms is dat zeker niet zo (scharlei ruikt naar mannenzweet). Welke verwachting heb je, en klopt het wat je dacht? Wrijf een blaadje over je vingers. · Wat ruik je? · Probeer het ook met een blad van een andere boom of struik. · Wat ruikt het lekkerst?

- Aan bloemen kun je ruiken. · Zoek een bloem · Ruik je iets of niets? · Vind je het lekker of vies? · Ruik nu aan een andere bloem · Hoe ruikt deze?

-Associaties bij geur. Soms roept een bepaalde geur een heel sterke herinnering op (siererwtjes roepen vaak een herinnering aan oma op, of stoofpeertjes). Dit kan belangrijk zijn bij traumaverwerking/hersenletsel. Waar denk je aan? Hoe reageerde je? Wat voor gevoel geeft je dit (introspectie).

-Dit doe je in tweetallen. · 1 persoon doet zijn ogen dicht. · De ander zoekt een bloem uit en laat de ander er aan ruiken. · Hij mag niet kijken! · Nu lopen jullie samen naar de bloemen. · Degene die net geroken heeft mag zijn ogen openen en nu de bloem zoeken die hij net geroken heeft.

-Pas gemaaid gras ruikt heel lekker. · Heb jij dat wel eens geroken? · Neem een plukje gras en wrijf het tussen je vingers. · Ruik je iets?

4: Smaakzin is het vermogen van een organisme om bepaalde chemische samenstellingen direct als smaken waar te nemen. Dit wordt wel het gustatief vermogen genoemd. Het is een van de vijf klassieke zintuigen van mensen en sommige diersoorten. Het orgaan waar de smaakreceptoren liggen, is de tong. Maar ook achter in de mondholte bevinden zich smaakreceptoren.

Vanuit de natuur is de functie van smaak tweeërlei: aan de ene kant overleven (bitter=giftig, of bedorven smaakt vies), aan de andere kant vinden we de stoffen die ons iets opleveren lekker. Het is een kwestie van smaak.

-Welke woorden zijn er voor verschillende smaken? Valt je op dat deze woorden ook aan een geur gelinkt kunnen worden? Op welke plaats in je mond proef je een bepaalde smaak? Bewustwording van de smaakzones op de tong. Je hebt vast wel eens verschillende dingen gegeten die allemaal anders smaakten. Op je tong heb je smaakpapillen, die zeggen of iets zoet, zout, bitter of zuur is. Kun je aanwijzen waar op je tong de smaakpapillen voor zoet eten zitten. Doe dit ook voor zout, bitter en zuur.

-Smaak wordt bepaald door de geur, maar ook de textuur van iets (mondgevoel). Een van de eerste zintuigen waarmee een baby op ontdekking gaat. Blind proeven. Hoe voelt het in je mond? Is het anders als je het ziet? Je mag een blaadje van de Steviaplant pakken. Leg hem op je tong, nee nog niet kauwen. Proef je al wat? Nu mag je erop kauwen, en nu wat proef je nu? Iets anders of is het hetzelfde? Waar op je tong proef je de smaak? Je mag het blaadje altijd uitspugen. Je hoeft hem niet door te slikken. Wist je dat Stevia een vervanger is voor suiker en in de groene Coca Cola zit?

-Zoek 2 verschillende blaadjes in de plantenbak met de mond. 1 glad en 1 ruw. Of 1 klein en de ander groot. Leg ze om beurten tegen je lippen aan. Wat voel je bij het gladde blad? Wat voel je bij het ruwe blad?

- Eetbare bloemen; onverwachte smaken. Planten die eetbaar blijken te zijn en een bepaalde smaak hebben die je niet kende. (zoethout, lamsoor (zout) maggiplant, salie, pepers, radijs, paardenbloem, rucola, korenbloem, vlier (bloesem), goudsbloem, daslook, etc). Eigenlijk vooral planten en kruiden die we nog niet in de pluktuin hebben staan. Purple queen (struikboon met donkerpaarse peulen), fagiolo nano (stamboon, gele peulen), bosaardbeitjes.

-In dit perk groeien allerlei planten met bijzondere smaken. Pluk voorzichtig een klein blaadje van de plant waar je heerlijke thee mee kunt maken. Het wordt ook wel “nane” genoemd. Je mag het blaadje proeven. Lekker? Weet je ook hoe de plant heet? Hint!! Er zijn ook witte ‘konings’ snoepjes met deze geur. (pepermunt)

-Deze opdracht doe je samen. De 1 heeft zijn ogen dicht en de ander plukt een blaadje. Degene met de ogen dicht probeert te proeven welke plant dit is en zoekt de plant op in de bak met de mond. Nu mag de ander raden.

- De functie van smaak bij bijen en andere bestuivende insecten. Uitleg over de noodzaak voor bestuiving en voedselketen.

5: De tastzin (of aanrakingszin) is het vermogen van een organisme om aanraking of druk waar te nemen. Waarnemen met dit zintuig heet voelen.

-Uitsluiting: Latex handschoenen. Blind voelen in een tastkast; wat is het? Voel dan zonder de handschoenen. Klopt het wat je dacht of moet je het bijstellen? Denk aan: wollige planten als zaaddozen, ezelsoor, harde texturen zoals steen en hout, koude stenen en warm stro. Woorden om het karakter van het gevoel weer te geven; hoe voelt het voor jou?

-Tastkast: Hoe heet de vrucht die je voelt? En van welke boom/struik komt die?

-Verschillen voelen; natte aarde voelt kouder aan dan droge aarde, ook al hebben ze dezelfde temperatuur. Iets dat zwart is wordt sneller warm dan iets wat wit is. Welke kleding is handig op welk moment?

-Boomstammen wegen; leg ze neer van licht naar zwaar.

Beplanting:

-Met een fluweelachtig blad of juist een heel andere structuur dan verwacht (kruidige planten als ezelsoor, zachte berenklauw, berenoor, braam, dovenetel, div. soorten gras, kleefkruid, kapbalsemien, bekervaren en heel zacht pluimengras.)

-Hierbij ga je als duo’s op pad, waarbij 1 persoon de ogen dichtdoet en de ander hem rondleidt. Laat degene met de ogen dicht allerlei zaken voelen die je onderweg tegen- komt. Kan degene met de ogen dicht raden wat zij/hij voelt? Voelt dit ruw, glad, prikkend, zacht, groot of klein?

-Wrijf een blaadje over je vingers. Hou even vol. Krijgen je vingers een andere kleur? Probeer het ook met een blad van een andere boom of struik.

-Pak een tak vast van een boom of struik. Hoeveel knoppen tel je aan deze tak vanaf je hand naar het einde van de tak. Raak 1 knop voorzichtig aan. Voelt hij hard, zacht, glad of plakkerig.

-Pluk een grasspriet met een lange steel. 1 kind doet zijn ogen dicht. Kriebel nu heel zachtjes met de grasspriet over zijn of haar gezicht.

-De zon maakt met haar stralen het stenen muurtje lekker warm. Zoek een muurtje van steen. Waar voelt de muur warm? Zoek een plekje in de schaduw. Hoe voelt dat?

-Textuur: Hier groeit een hele stekelige plant. Durf jij hem heel voorzichtig aan te raken. Oei!! Let op dat ie je niet prikt. Kun je een plant vinden die harig is. Voel er maar eens aan. Kun je een plant vinden die gladde blaadjes heeft. Voel er maar eens aan.

-Een wilgentunnel planten.

- Iedereen weet hoe een boom eruit ziet. Maar heb je er ook wel eens over nagedacht hoe de schors van een boom voelt? Nee? Ga dan snel eens op boom-aai-safari! Extra leuk om te doen met (kleine) kinderen. Wat zie je en wat voel je als je een boom aanraakt? Er zijn ook echt zachte bomen, zoals de berk. Of voel aan een stam vol mos.

-Aaibare dieren, hoe voelt dat? Wil je dit vaker doen?

-Grondbedekking: Doe je schoenen uit en loop op je sokken of blote voeten over het gras, zand, tegels, straatstenen of iets anders. Wat is het zachts? En wat is het hardst? Warm/koud, ruw/glad, etc.

 

6: Evenwichtszin is het vermogen van een organisme om lineaire versnelling en rotatie van zijn hoofd (of kop) waar te nemen.

+7: Proprioceptie of positiezin (ook wel kinesthesie genoemd) is het vermogen van een organisme om de positie van het eigen lichaam en lichaamsdelen waar te nemen. Het woord proprioceptie komt van de Latijnse woorden proprius en perceptie (zelfwaarneming).

Proprioceptieve waarneming verschaft het individu daarmee informatie over het eigen lichaam, zoals de stand, beweging en tonus van de ledematen, gewrichten en pezen, het gevoel van "zwaarte" in sommige lichaamsdelen, en vermoeidheid of alertheid van de spieren. Proprioceptieve waarneming speelt bijgevolg een belangrijke rol in de opbouw van het lichaamsbesef, en maakt terugkoppeling van de lichaamspositie naar het centraal zenuwstelsel mogelijk. Dit is zeer belangrijk voor een goede motoriek. (M.a.w. bewustwording van het eigen lichaam).

De ruimte voor deze twee zintuigen vraagt om meer oppervlak omdat er fysiek bewogen moet worden.

-Uitsluiting: ogen dicht, probeer maar eens recht over een lage boomstam o.i.d. te lopen, terwijl dat net met de ogen open prima ging. Zo ook: kraanvogelstand, op een been staan.

-Met de ogen dicht door de ruimte lopen. Je stopt vanzelf als je voelt dat er iets voor je staat (ook wel; zesde zintuig genoemd).

-We laten een grote boom staan om in te klimmen.

-Loop elkaar tegemoet over de boomstam; passeren zonder de grond te raken.

-Maak een wip-wap van een plankje op een boomstam. Kun je er alleen overheen of op wippen, of allebei aan een kant?

Inrichting:

-Rondom een waterstroom: Bouw met de losse materialen een functionele brug zodat je aan de overkant kunt komen. Je moet er zelf overheen kunnen lopen. (https://youtu.be/vuVBlg9-FOo) Dit komt op een andere manier terug in het ‘beleefpad’.

Bewustwording van je ademhaling (telkens tussendoor vragen). Samenwerken. Wie neemt de leiding? Wie bedenkt een goed plan? Als er geen plan is: Wie leest de tekening (of bekijkt het filmpje) Wie voert het uit. Hoe voelt het om aan de overkant te komen? Hoe voelt het als het plan faalt? Wat ga je er aan doen? Hoe is je ademhaling nu? Wat ging er goed, etc.

-Zo ook: huttenbouwen. (https://www.opzijnplek.nl/uitgeverij-christofoor-hutten-bouwen.html)

Dieper de zintuigentuin in zullen we paden met beloopbare tijm en kamille, kussentjesmos, modder en verschillende natuurlijke ondergronden die een diverse textuur hebben (steen, hout, klei, etc.) gaan creëren waar mensen op hun blote voeten zullen lopen. Dit is de verbinding tussen de verschillende ruimtes.

Inspiratiebron is: ‘De geheime tuin’(Frances Hodgson Burnett). Bij de betrokken partijen zien we veel enthousiasme. Ieder komt met zijn eigen inbreng en visie.


Betrokkenen
.

*Gemeente Hoeksche Waard (subsidie toegekend in het kader van dorpsgericht werken, om het toegangs-pad naar de zintuigentuin te verharden)

*Jeugdzorg Hoeksche Waard; Cliënten in het kader van de jeugdwet, bezoekers van de pluktuin, doelgroepen en scholen.

*15 vrijwilligers, dat zullen er waarschijnlijk meer worden als we daadwerkelijk aan de slag gaan.

*De Hoekse Bijenkorf (imker die zijn bijen op het perceel heeft staan en meedenkt over biodiversiteit), student ‘voedselbos op basis van permacultuur’ die van dit project zijn eindexamen-ontwerp wil maken.

*CmK (Cultuur met Kwaliteit) Hoeksche Waard (samen met scholen het cultuuraanbod stroomlijnen en verankeren. Onderwijs aan cultuur verbinden), samen onderzoeken hoe activiteiten in de zintuigentuin een onderdeel van het curriculum basisonderwijs kan zijn.

*Stichting ‘De Groene Motor’-Zelf doen in Groen, toegekende subsidies voor het graven van de poel, de beplanting van de poel en de aanleg van een ‘speelaanleiding’- de modderkeuken. Een samenspel van een waterbaan (in uitgeholde boomstammen), een grote zandbak en een modderkeuken, waarin naar hartenlust ‘gekookt’ kan worden. Kringloop Hoeksche Waard zorgt overigens voor de pannen, soeplepels en bakvormpjes.

*Wij zijn erkend leerbedrijf en bieden regelmatig de mogelijkheid voor leerlingen vaneen zeer grote verscheidenheid aan opleidingen om leer/werktrajecten te volgen.

Financieel overzicht/planning:

We zullen dit jaar (2021) aan de slag gaan met de aanleg van de zintuigentuin.

Het hoofdpad naar de zintuigentuin toe is gefinancierd, en de aanleg van de speelaanleiding ook.

De modderkeuken en het toegangspad zal de komende maanden gestalte gaan krijgen. Door een loterij aan te bieden aan de bezoekers van de pluktuin die ook in de modderkeuken zullen gaan spelen, hopen we in het najaar de padenstructuur in de tuin zelf aan te kunnen gaan leggen.

De voorbereidende grond/rooiwerkzaamheden zijn al gedaan. De poel is gegraven en de oever is met onze cliënten/vrijwilligers beplant.

Duurzaamheid.

De vraag is niet óf, maar wel wanneer de zintuigentuin in al zijn glorie open zal gaan. Inmiddels is er genoeg steun toegezegd om er zeker van te zijn dat de zintuigentuin er gaat komen. Doordat het idee breed wordt gedragen, en dit project en de Stichting een grote gun-factor van het publiek genieten, zal er brede aandacht zijn in de media. Meerdere initiatieven zullen aanhaken (we denken bijv. aan mensen met dementie of parkinson), wij staan zeer open voor diverse vormen van samenwerking. De activiteiten die we ontwikkelen voor in de eerste instantie onze cliënten, zullen van blijvende aard zijn. De zintuigentuin zal zich, letterlijk en figuurlijk, in ons voedselbos gaan wortelen. Onze vrijwilligers zijn dermate betrokken bij dit initiatief dat onderhoud, ook op lange termijn mogelijk zal zijn.

Hoe helpt de zintuigentuin onze cliënten/ouders/therapeuten?

"Een betere band met natuur hangt positief samen met persoonlijke groei, het ervaren van autonomie, het hebben van een doel in het leven, zelfacceptatie, het hebben van positieve relaties met anderen en het ervaren van grip op de omgeving. Die samenhang blijkt het sterkst te zijn voor persoonlijke groei. (Pritchard et al., 2020).

Het effect van flora/fauna op de mentale gezondheid:

  • vermindering van eenzaamheid
  • vermindering van depressie
  • vermindering van aandacht voor eigen kwalen
  • een opener voor contact met anderen
  • een gevoel van zekerheid

Het effect van flora/fauna op de lichamelijke gezondheid:

  • meer beweging
  • meer ontspanning en dat werkt ook voor het voorkomen van stress
  • daling van de bloeddruk
  • stressverlaging
  • regulering van de hartslag
  • verhoging van het endorfine gehalte
  • verbetering mentale prestaties
  • verlaging van astma en allergieën (hoe vreemd dit misschien ook klinkt)
  • bevordert revalidatie

Het effect van flora en fauna op de maatschappij:

  • significant minder medicijn gebruik
  • verminderd bezoek aan de huisarts
  • en dat zorgt voor verlaging kosten in van de gezondheidszorg
  • bevordering sociale interactie

 

 

Helpen?

Voor dit project zijn wij nog op zoek naar financiële middelen/vrijwilligers die het leuk vinden om mee te denken, aan te leggen en te onderhouden. Ondersteuning is zinvol omdat het een mooi afgebakend project vormt. Bovendien willen we onze medefinanciers een tastbare plek in de Zintuigentuin geven.